In de burgerlijke en utiliteitsbouw is de orderportefeuille in november met twee tiende maand toegenomen en is daarmee uitgekomen op 5,5 maanden. In de woningbouw steeg de werkvoorraad met twee tiende maand naar 5,5 maanden, terwijl deze in de utiliteitsbouw met een tiende maand naar 5,4 maanden steeg.

In de grond-, water- en wegenbouw is de orderportefeuille in november op 5,9 maanden uitgekomen en is daarmee vrijwel stabiel gebleven. In de wegenbouw bedroeg de werkvoorraad 5 maanden, in de grond- en waterbouw 7 maanden.

Als gevolg van de stijging in de b&u is de orderportefeuille in de gehele bouw in november met een tiende maand toegenomen. De werkvoorraad is hiermee in totaal uitgekomen op 5,6 maanden. Sinds de zomer van 2013 schommelt de orderportefeuille licht rond dit niveau.

Klik hier voor het volledige persbericht.

Inlichtingen bij Daan Holtackers
t (020) 583 19 26
dholtackers(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

In de gehele bouw is de orderportefeuille in oktober met een tiende maand gedaald. De werkvoorraad is hiermee uitgekomen op 5,5 maanden. In de b&u is de orderportefeuille in oktober met een tiende maand gedaald naar 5,3 maanden. In de woningbouw daalde de werkvoorraad met een tiende maand naar 5,3 maanden, terwijl deze in de utiliteitsbouw met twee tiende maand daalde naar eveneens 5,3 maanden. In oktober is de orderportefeuille in de grond-, water- en wegenbouw onveranderd op 6 maanden blijven staan. In de wegenbouw bleef de orderportefeuille gelijk met 4,8 maanden; alleen in de grond- en waterbouw is de orderportefeuille met een tiende maand toegenomen en kwam daarmee uit op 7 maanden.

Klik hier voor het volledige persbericht

Inlichtingen bij Daan Holtackers
t (020) 583 19 26
dholtackers(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Door de recente bezuinigingsrondes is het infrastructuurbudget van het ministerie van I&M voor de periode 2014-2017 verlaagd van € 29,6 miljard in de vorige begroting naar € 28,4 miljard dit jaar, een daling van 4%. Voor aanlegprojecten is de komende jaren € 2 miljard minder beschikbaar. Beheer en onderhoud krijgt in de komende jaren een impuls van € 900 miljoen. Met name voor rijkswegen is veel minder budget beschikbaar dan in de vorige begroting. De bezuinigingen leiden ertoe dat meer projecten later zullen worden opgeleverd dan in de planning van vorig jaar. Dit blijkt uit de jaarlijkse analyse die het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in opdracht van Bouwend Nederland heeft gemaakt van het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De resultaten zijn opgenomen in het rapport ‘Infrastructuurmonitor; MIRT 2014’.

Ook in de vorige begroting waren de financiële middelen voor de komende jaren al neerwaarts bijgesteld. Het totale budget voor infrastructuur (wegen, spoorwegen, vaarwegen, waterveiligheid) zal vooral in 2015 en 2016 dalen (gemiddeld € 6,8 miljard tegen € 7,3 miljard in 2012). Door de bezuiniging op rijkswegen treedt in de komende jaren een sterke verschuiving op van wegenprojecten naar waterveiligheidsprojecten. Het aandeel waterveiligheid zal stijgen van 14% in 2012/2013 naar gemiddeld 19% in 2014/2016.

In het onderzoek zijn circa 150 projecten geanalyseerd. Eén op de drie projecten in de planstudiefase van het MIRT heeft een vertraging opgelopen, van gemiddeld ongeveer twee jaar. Het aandeel vertraagde projecten nam tot 2012 langzaam af. In de vorige begroting en in de huidige begroting is het aantal vertragingen weer toegenomen. Dit jaar zijn vooral meer wegen- en vaarwegenprojecten vertraagd. Om alle projecten die nu in de planstudiefase staan na afronding van de besluitvormingsprocedures te kunnen realiseren, zijn onvoldoende financiële middelen gereserveerd. In de periode 2014-2018 zou hiervoor € 1,8 miljard extra nodig zijn. Ruim de helft hiervan betreft wegenprojecten.

De regio Randstad Noord (Noord-Holland, Utrecht) heeft met 35% het grootste aandeel in de totale projectkosten in de komende jaren. Dit aandeel ligt hoger dan in de vorige begrotingen.

Inlichtingen bij Paul Groot
t (020) 583 19 23
pgroot(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn