Quickscan Impact assessment (circulaire) bouwopgave MRA

04.12.2018

De woningbouw-, utiliteitsbouw- en infrastructurele opgaven in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn groot. Zo heeft de regio de ambitie om tot 2040 250.000 woningen en een groot aantal utiliteitsgebouwen te realiseren en infrastructuur aan te leggen, te reconstrueren en te vervangen. Daarbij streeft de MRA ernaar deze opgaven in lijn met het Rijksbrede programma, het Grondstoffenakkoord en de Transitieagenda zoveel mogelijk circulair in te vullen. Maar wat is er aan materiaal nodig vanuit de nieuwbouwopgaven en wat komt er vrij bij sloop? Wat betekent het circulair invullen van de bouwopgaven voor deze materiaalstromen? En wat is de invloed van de bouwopgaven en het circulair invullen hiervan op de logistieke stromen in de MRA en het ruimtegebruik in de Westas?

Deze vragen staan centraal in de studie ‘Impact assessment (circulaire) bouwopgave MRA’ die het EIB in samenwerking met TNO in opdracht van de Port of Amsterdam, de gemeente Amsterdam en de gemeente Haarlemmermeer in het circulaire Westasverband hebben uitgevoerd.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Klimaatbeleid en de gebouwde omgeving

Van ambities naar resultaten

08.05.2018

Ten behoeve van de gedachtenvorming bij de klimaattafel voor de gebouwde omgeving heeft het EIB de volgende vragen nader onderzocht. Welke labelstappen zijn nodig om de Nederlandse woningvoorraad energieneutraal te maken en wat zijn hiervan de kosten? Welke besparing op de energierekening levert dit op en hoe verhoudt deze zich tot de kosten? Welke labelstappen zijn nog rendabel voor de gebruiker? Wat is de economische levensduur van woningen en welk deel van de woningvoorraad zal jaarlijks worden vervangen door energiezuinige nieuwbouwwoningen? Zijn er alternatieve routes voor het streven naar een volledig energieneutrale woningvoorraad? Welke voordelen kan een stapsgewijze aanpak bieden en wat zijn de implicaties hiervan voor het beroep op capaciteit in de bouwsector?

Van deze notitie is een PDF beschikbaar.

Mogelijkheden voor het verkleinen van de ‘Efficiency gap’

23.05.2018

In een aanvullende notitie wordt ingegaan op een tweetal vragen van Bouwend Nederland naar aanleiding van de voorgaande notitie: Wat zijn de mogelijkheden om het verschil tussen de kosten van de investeringen in verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en de besparingen op de energierekening te verminderen door opschaling en innovatie? Wat zijn de implicaties voor de arbeidscapaciteit van deze investeringen?

Van deze notitie is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

De vermogensgeneratie

11.02.2018

Tijdens de crisis is de koopkracht van de aanvullende pensioenen gemiddeld met ongeveer 8% afgenomen. Ook de komende jaren zal volledige indexering bij de huidige systematiek nog niet mogelijk zijn. De inkomens van gepensioneerden en zij die binnenkort met pensioen gaan zullen hierdoor opnieuw op achterstand worden gezet. Op lange termijn zijn er juist goede perspectieven voor welvaartsvaste pensioenen en bij een terugkeer naar bescheiden positieve reële rentes kan bovendien inhaalindexatie worden toegepast. De pensioenen kunnen dan weer sterker in koopkracht stijgen dan de lonen. Jongere generaties profiteren volledig van deze ontwikkeling, maar voor de huidige generatie gepensioneerden en zij die binnenkort met pensioen gaan is er onvoldoende tijd om (volledig) van dit herstel te profiteren. Daarmee zorgt de pensioensystematiek voor een kloof tussen de generaties, waarbij jongere generaties veel gunstiger perspectieven hebben dan de huidige generatie ouderen.

Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in de zojuist verschenen studie ‘De vermogensgeneratie; Inkomens- en vermogensontwikkeling na pensionering’.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Innovatie in de bouw

11.09.2017

In opdracht van de paritaire organisaties in de bouw, hebben het EIB en de Universiteit Twente onderzoek uitgevoerd naar de belemmeringen voor innovatie in de bouw en naar mogelijke oplossingsrichtingen om deze belemmeringen weg te nemen. Het onderzoek is één van de bouwstenen van de Bouwagenda.

De belangrijkste belemmeringen en oplossingsrichtingen worden in het onderzoek vanuit verschillende invalshoeken benaderd. Welke belemmeringen creëren onder andere overheidsbeleid, wet- en regelgeving, aanbestedingsbeleid en een gebrek aan samenwerking? En op welke manier dragen bijvoorbeeld een ambitieuze overheid, een programmatische aanpak en een past-performancesysteem bij aan innovatie? Deze en andere vragen komen in het rapport ‘Innovatie in de bouw’ aan de orde. Daarnaast worden drie sporen voor implementatie van de oplossingsrichtingen gepresenteerd.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Internationale vergelijking kwaliteitsborging

31.03.2017

Toezicht door private kwaliteitsborgers leidt in het buitenland niet tot slechtere bouwwerken. De in Nederland voorgenomen verruiming van bouwbesluittoetsvrije bouwwerken sluit aan bij de internationale praktijk. Andere landen sturen vooral op functionele eisen en deskundigheidseisen van de betrokken partijen, terwijl Nederland ook sterk stuurt via regelgeving en procedures. Bij de toekomstige evaluatie van het Nederlands stelsel is het goed om te kijken of er inderdaad sprake is van overregulering en welke verbeterstappen op grond van ervaringsfeiten zijn door te voeren.

Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in de vandaag verschenen studie ‘Internationale vergelijking kwaliteitsborging; Praktijkervaringen en beleidsimplicaties voor het voorgenomen Nederlandse stelsel’, die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is uitgevoerd. In de studie worden de kwaliteitsborgingstelsels met private kwaliteitsborgers in Duitsland, Noorwegen, Ierland en Engeland onderling en met het voorgenomen Nederlandse stelsel vergeleken. Het doel van de vergelijkende studie is om lessen te leren uit de ervaringsfeiten van de buitenlandse kwaliteitsborgingsstelsels voor de verdere uitwerking van het voorgenomen Nederlandse stelsel.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Verplicht energielabel voor kantoren

28.11.2016

Verplicht energielabel C voor kantoren leidt tot 25% minder energiegebruik in 2023

Een verplicht energielabel C voor kantoren per 2023 leidt tot een besparing van het gebouwgebonden energiegebruik van 8,6 petajoule (PJ) in dat jaar. Afgezet tegen een verwacht energiegebruik in 2023 van 35,3 PJ in de kantorenmarkt zonder de maatregel, levert een verplichtstelling van een energielabel C een energiebesparing op in de kantorenmarkt van bijna 25%. De verplichtstelling levert daarmee een substantiële bijdrage aan de energiebesparingsdoelstellingen uit het energieakkoord. De verplichtstelling brengt een investeringsopgave van ongeveer € 860 miljoen met zich mee. Gezien de installatietechnische aard van de maatregelen die genomen moeten worden om energielabel C te bereiken, blijft de overlast voor ondernemers en eigenaren veelal beperkt.

Dit concluderen het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in de zojuist verschenen studie “Verplicht energielabel voor kantoren” in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Inlichtingen bij:
Jelger Arnoldussen
020-205 1600
jarnoldussen@eib.nl

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Energieakkoord

17.11.2016

Meer zicht op kwaliteit van banen door Energieakkoord

Projecten uit het Energieakkoord vergroten de omzet van bedrijven in groeiende markten en dat levert structurele werkgelegenheid op in de nieuwe energiesector (zon, wind, biogas, energiebesparing). Dat blijkt uit het onderzoek ‘Energieakkoord: Effecten van de energietransitie op de inzet en kwaliteit van arbeid’ van het Economisch Instituut voor de Bouw, ECN en het CBS.

De realisatie van ten minste 15.000 voltijdsbanen extra is een van de doelstellingen in het Energieakkoord. De Taakgroep Werk en Scholing van de SER Borgingscommissie Energieakkoord heeft een onderzoek laten uitvoeren naar enkele specifieke kwaliteitsaspecten van de nieuwe werkgelegenheid in de periode 2013-2016. In het onderzoek is bij zes maatregelen gekeken naar onder meer de naleving van cao’s, opleiding en leeftijd en dienstverbanden. In het onderzoek zijn geen knelpunten gevonden bij het naleven van voorschriften, regelgeving en afspraken uit cao-overleg. Wel vraagt wind op zee en wind op land extra aandacht rond gezondheid en veiligheid in verband met de extra risico’s die werknemers hier lopen.

Voorkeur vast personeel
De bedrijven in de sector willen vooral beschikken over gekwalificeerd personeel, blijkt uit het onderzoek. In de nieuwe energiesector (zon, wind, biogas en energiebesparing) werken dan ook relatief meer hoogopgeleide werknemers (hbo en wo-niveau). Het werk is complex en vraagt vaak om meer voorbereidend werk. Het gaat dan bijvoorbeeld om vergunningverlening, ontwerp en advies. Werkgevers blijken bovendien een voorkeur voor vast personeel te hebben, omdat zij kennisopbouw binnen hun bedrijven willen bevorderen.

Relatief veel 45-plussers
Uitvoerende werkzaamheden worden in de sector vooral gedaan door ervaren mbo-personeel met aanvullende kwalificaties. Opvallend is dat in de nieuwe energiesector meer 45-plussers werken dan gemiddeld in het totale bedrijfsleven. De onderzoekers constateren dat dit een algemene trend is, maar dat dit percentage in de nieuwe energiesector wel beduidend hoger ligt.
De instroom van jongeren tot 25 jaar is in de nieuwe energiesector nog relatief beperkt. Dit komt vooral doordat werkgevers goede mogelijkheden hebben om ervaren personeel met de juiste kwalificaties in te zetten. Ook wordt bestaand personeel intern bijgeschoold om zo aan de vraag te voldoen: het beeld dat uit de EIB-studie naar voren komt is dat de nieuwe activiteiten vooral worden vervuld door werknemers uit de traditionele aanverwante sectoren.

Werkgelegenheidseffect van Energieakkoord valt lager uit
Op basis van de informatie uit de verschillende projecten zijn er aanwijzingen dat de werkgelegenheidseffecten van het Energieakkoord in de periode 2014-2020 lager zullen uitvallen dan eerder was gemodelleerd. In de Nationale Energieverkenning 2017 zal worden aangegeven hoe de inzichten uit deze studie zich verhouden tot de eerdere modeluitkomsten.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Inlichtingen bij Martin Koning
t 020 205 1600
mkoning@eib.nl

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Maatschappelijke kosten van proceduretijden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

31.07.2016

De Raad van State heeft het EIB gevraagd om de maatschappelijke kosten van de doorlooptijden bij de Afdeling bestuursrechtspraak in kaart te brengen. Hierbij is gekeken wat de kosten zouden zijn bij 40% langere proceduretijden in het omgevingsrecht. De maatschappelijkse kosten bedragen jaarlijks ongeveer 250 miljoen euro per jaar. Ongeveer 184 miljoen euro hiervan komt voor rekening bij partijen die betrokken zijn bij het ontwikkelproces, zoals ontwikkelaars, bouwers en gemeenten. Ongeveer 65 miljoen euro landt als kostenpost bij de eindgebruiker van de projecten.

Tevens is gereflecteerd op de maatschappelijke kostenreductie die gerealiseerd kan worden door het toepassen van de bestuurlijke lus. Deze bedraagt jaarlijkse ongeveer 16 miljoen euro.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

MKBA wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

29.01.2016

Op verzoek van het Ministerie van BZK heeft het EIB een maatschappelijke kostenbatenanalyse (mkba) uitgevoerd van het wetsvoorstel ‘Kwaliteitsborging voor het bouwen’. Het wetsvoorstel introduceert een nieuw stelsel van kwaliteitsborging, waarbij de toetsing en het toezicht op naleving van het Bouwbesluit niet langer door de gemeente, maar door private kwaliteitsborgers wordt uitgevoerd. Verder wordt de categorie bouwbesluittoetsvrije bouwwerken verruimd voor kleine bouwwerken met een laag risico en wordt de positie van de bouwconsument verbeterd door een aantal wijzigingen in het Burgerlijk Wetboek.

Wat zijn de kosten en baten van het nieuwe stelsel? Wie realiseert de voordelen en bij wie slaan de kosten neer? Wordt de positie van de bouwconsument duidelijk versterkt? En welke aangrijpingspunten zijn er om tot een zo efficiënt mogelijke vormgeving te komen?

Deze vragen staan centraal in de studie ‘MKBA wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen’. Hiernaast wordt in de studie apart ingegaan op de maatschappelijke effecten van de invoering van een (succesvol) benchmarkingsysteem.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Energiebesparende technieken en kwalificaties bouwpersoneel

16.12.2015

Nederland zet fors in op verduurzaming van de woningvoorraad. Daartoe zijn de afgelopen jaren diverse verduurzamingsprogramma’s gericht op verduurzaming van de bestaande woningvoorraad van start gegaan, waaronder de Brede Stroomversnelling, Urgenda en Kleur uw Gemeente Groen. Deze programma’s gaan gepaard met enerzijds geïntensiveerde toepassing van conventionele, maar anderzijds ook innovatieve verduurzamingstechnieken. Wat zijn de ambities van deze programma’s? Welke energieverbeteringen mag je verwachten bij realistische uitgangspunten? Wat is de omvang van de investeringen en hoeveel arbeidsjaren zijn er in de komende jaren mee gemoeid? Welke nieuwe eisen stelt verduurzaming van de woningvoorraad aan de competenties van het bouwplaatspersoneel en wat zal dit vergen van het bouwonderwijs?

Deze vragen komen aan bod in het onderzoek ‘Energiebesparende technieken en kwalificaties bouwpersoneel; gevolgen van nieuwe verduurzamingsmaatregelen voor de arbeidsinzet in de bouw’. Het onderzoek is verricht in opdracht van OTIB, Fundeon en de Programmaraad Bouwnijverheid in het kader van BuildUpSkills.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Investeren in Nederland

12.06.2015

Welke ontwikkelingen kunnen zich voltrekken rond de bouw en de gebouwde omgeving in Nederland in de komende decennia? Zijn er nog belangrijke groeimarkten aan te wijzen waar substantiële uitbreidingsinvesteringen aan de orde zijn? Waar dreigt leegstand en hoe zit het met de vervanging van gebouwen en infrastructuur? In hoeverre gaan regionale ontwikkelingen in ons land daarbij uiteen lopen? Hoe komen we de crisis uit richting nieuwe lange termijnpaden? Welke beleidsimplicaties volgen hieruit voor de ruimtelijke ordening, voor de transformatie van bestaande gebouwen en transities van gebieden? En, hoe zit het met vraagstukken rond wonen en zorg, duurzaamheid en de betaalbaarheid van het wonen?

Dit zijn slechts enkele van de vragen die in de studie ‘Investeren in Nederland’ aan bod komen. Investeren in Nederland is een scenariostudie die zich richt op de periode 2010-2040 en schetst kwantitatieve beelden voor de steekjaren 2020, 2030, 2040. Afgelopen twee jaar heeft het Economisch Instituut voor de Bouw met steun van Aedes, Bouwend Nederland en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gewerkt aan de scenariostudie ‘Investeren in Nederland’.

Van het rapport zijn een gedrukte publicatie en een PDF beschikbaar.

Gedrukte publicatie: €75,00

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Effect vrijstelling WWS en verhuurderheffing

04.05.2015

Op verzoek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) de effecten op de bouwproductie en werkgelegenheid bepaald naar aanleiding van de motie Van der Linde/Monasch. In de motie wordt gevraagd twee voorstellen te onderzoeken. Voor beide voorstellen zijn twee varianten doorgerekend; deze varianten worden in deze rapportage gepresenteerd.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Restschulden in Nederland

24.03.2015

Hoeveel huishoudens in Nederland hebben een (potentiële) restschuld? Wat zijn de kenmerken van deze huishoudens? Welke invloed hebben restschulden op de doorstroming op de woningmarkt? Welke financierings(on)mogelijkheden hebben huishoudens met een restschuld? Welke oplossingsrichtingen zijn er en wat zijn de woningmarkteffecten als barrières in de financiering van restschulden worden weggenomen? Deze vragen staan centraal in het onderzoek dat het EIB heeft verricht in opdracht van SVn. In het onderzoek zijn analyses op basis van deskresearch gespiegeld aan praktijk-ervaringen van banken, financiële tussenpersonen en consumenten.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Van de grond af aan

29.01.2015

Welke lessen kunnen we leren vanuit de ervaringen met regionale woningbouwprogrammering en grondbeleid? Hoe kan de woonconsument meer centraal komen te staan bij de woningbouwprogrammering? Wat betekent dit voor ruimtelijke keuzen tussen binnenstedelijk bouwen en groene woonlocaties? Welke bijdrage kan de leegstand in delen van de vastgoedvoorraad bieden aan het voorzien in woningvraag? Is actief grondbeleid nuttig en nodig om publieke belangen te borgen? Hoe kunnen gemeenten in die situatie de risico’s voldoende beheersen? Wat zou een goede koers kunnen zijn voor grondprijsbeleid in de toekomst?

Deze en andere vragen staan centraal in de notitie ‘Van de grond af aan’.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Grondmarkt in crisistijd

29.01.2015

Hoe hebben de grondprijzen zich tijdens de crisis ontwikkeld? Hoeveel grond hebben gemeenten in bezit en voor welke doelen? Zijn er grote regionale verschillen? Is er al veel afgeboekt op de grond of is er nog een lange weg te gaan? En welke beleidsinstrumenten zijn ingezet tijdens de crisis en wat is bekend over de effectiviteit daarvan?

Deze en andere vragen staan centraal in het onderzoek ‘Grondmarkt in crisistijd’.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Startersregeling Regio Amersfoort

13.06.2014

Voor de Regio Amersfoort (Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg) is naar aanleiding van het onderzoek ‘Verkenning woningbouwprogrammering Regio Amersfoort’ onderzoek gedaan naar de vormgevingsaspecten van de startersregeling in de Regio Amersfoort. In het onderzoek wordt beantwoord hoe de startersregeling in de Regio Amersfoort geoptimaliseerd kan worden zodat de regeling het meest effectief bijdraagt aan de woningmarkt.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Verkenning woningbouwprogrammering Regio Amersfoort 2013-2040

19.05.2014

Voor de Regio Amersfoort (gemeenten Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg) is onderzoek gedaan naar de
woningbouwprogrammering op lange termijn (2013-2040), als onderdeel van een pilot om te kijken naar een nieuwe manier van woningbouwprogrammering binnen de nationale Actieagenda Bouw. Leidende vraag in dit onderzoek is hoe woningbouwprogrammering en samenwerking kan bijdragen aan het in stand houden en versterken van een aantrekkelijke regio. Ten behoeve van het onderzoek zijn enkele beleidsvarianten doorgerekend die samen met de Regio zijn opgesteld. Tegen de achtergrond van omgevingsscenario´s voor economie en demografie zijn de effecten op onder andere grondexploitaties en maatschappelijke aandachtsgebieden als groen en leefbaarheid doorgerekend. Uit het onderzoek komt naar voren dat de Regio op lange termijn een stevige groei kan realiseren op het terrein van huishoudens, werkgelegenheid en voorzieningen. De uitgangspositie van de regio is sterk, mede vanwege haar ligging in het midden van het land. De kracht van de regio kan worden versterkt door het faciliteren van deze verwachte groei. Dit sluit aan bij de woonwensen en versterkt de economische positie van de regio. Uitdaging is om tijdig voldoende geschikte locaties te ontwikkelen, zowel in het binnenstedelijke gebied als in de groene ruimte.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Eindgebruiker en opdrachtgever in de bouw: lessen uit het buitenland

21.03.2014

Het EIB heeft in opdracht van het ministerie van BZK onderzoek gedaan naar voorbeelden uit het buitenland om de prestaties van de bouw op het gebied van innovatie en de invloed van de eindgebruiker en opdrachtgever te verbeteren. Op basis van een gespreksronde in vijf Europese landen en een internationale conferentie met experts uit deze landen, heeft het EIB enkele relevante lessen getrokken voor Nederland.

Uit het onderzoek volgen op twee onderwerpen praktische lessen voor Nederland die op korte termijn geïmplementeerd kunnen worden. In de eerste plaats gaat het om het versterken van reputatiemechanismen en transparantie door de verbetering van de meting van prestaties in het verleden (past performance) van bouwbedrijven. In de tweede plaats betreft het het versterken van prikkels door verbetering van het garantiestelsel en een eventuele verlenging van het opschortingsrecht, om bij de kwaliteit van het product beter rekening te houden met langjarig gebruik (na de oplevering) en verbetering van de nazorg.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Kostenverschil binnenstedelijk bouwen en bouwen op uitleglocaties in Noord-Holland

29.11.2013

In opdracht van de provincie Noord-Holland heeft het EIB in samenwerking met Decisio onderzocht wat het verschil is in kosten en opbrengsten op woningbouwlocaties die binnen bestaand bebouwd gebied worden ontwikkeld en woningbouw op uitleggebieden. Hiertoe is een database aangelegd van 48 recente woningbouwprojecten uit Noord-Holland.

Uit de analyse blijkt dat binnenstedelijke locaties in Noord-Holland een tekort kennen van gemiddeld € 16.000 per woning (exclusief subsidies), terwijl op uitleglocaties een overschot van gemiddeld € 7.000 per woning is gerealiseerd.

Het rapport gaat nader in op de spreiding rond deze gemiddelden, welke kostenposten met name de tekorten veroorzaken en de wijze waarop andere beleidsdoelen zoals sociale woningbouw het saldo van grondexploitaties beïnvloeden.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Verkenning woningbouwprogrammering regio Arnhem-Nijmegen 2013-2017

29.11.2013

In opdracht van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen, de provincie Gelderland en het ministerie van BZK heeft het EIB onderzoek gedaan naar de woningbouwprogrammering op korte termijn (2013-2017) in de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Overbetuwe en Lingewaard. Hiervoor is de te verwachten vraag in beeld gebracht en afgezet tegen het planaanbod. Voorts is dit planaanbod geanalyseerd op onderlinge concurrentie. Welke locaties zijn aantrekkelijk voor dezelfde doelgroepen en voor welke locaties geldt dat zij andere doelgroepen aanspreken en elkaar dus niet beconcurreren? De ontwikkelingen in de sociale huursector zijn apart in beeld gebracht.

Uit de analyse blijkt dat het totale regionale planaanbod met 10.200 toegevoegde woningen voor de regio als geheel redelijk in lijn ligt met de te verwachten vraag, die in een gunstig scenario 8.300 woningen bedraagt en 7.400 woningen in een meer behoedzaam scenario. Voor de verschillende onderliggende segmenten naar woningtype en woonmilieu geldt echter dat vraag en aanbod niet altijd in evenwicht zijn.

Op basis van de analyse zijn kansrijke opties voor beleid in beeld gebracht voor het planaanbod, financiële instrumenten, grondbeleid en de sociale huursector. Wat kunnen individuele gemeenten zelf doen en welke opties behoeven actie van de regio als geheel? Regionale samenwerking kan meerwaarde bieden dankzij een effectievere benutting van de investeringscapaciteit van bijvoorbeeld woningcorporaties, spreiding van risico’s en een betere mobiliteit van de woningvraag door middel van een effectievere inzet van startersleningen.

Dit is een pilot in het kader van de Actieagenda Bouw.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

MKBA Zeeuws-Vlaanderen

23.10.2013

De gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen krijgen te maken met een krimpende en sterk veranderende samenstelling van de bevolking. Dit stelt de regio voor belangrijke uitdagingen. In deze studie worden de belangrijkste gevolgen voor de woningmarkt, voorzieningen en de werkgelegenheid in beeld gebracht.

Vragen die centraal staan zijn onder andere: Wat is de verwachte bevolkingsontwikkeling van Zeeuws-Vlaanderen tot 2040? In welke segmenten van de woningmarkt concentreert de leegstand zich bij krimp? Wat zijn de gevolgen van leegstand voor de leefbaarheid? Wat zijn de kosten van het slopen van overtollige woningen en hoe verhouden deze zich tot de maatschappelijke baten? Welke ruimte is er nog voor nieuwbouw? Wat zijn de effecten van de krimp op de bereikbaarheid van voorzieningen? Wat betekent de afname van het aantal jongeren voor het voortbestaan van scholen en sportaccommodaties op het platteland? Is er ruimte voor extra detailhandel? Hoe kan de groeiende zorgvraag optimaal geaccommodeerd worden? Hoe kan werkgelegenheid in de regio behouden blijven? Welke acties moeten door welke partijen worden ondernomen?

De studie ‘MKBA Zeeuws-Vlaanderen’ is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van BZK en de Provincie Zeeland.

Van het rapport zijn een gedrukte publicatie en een PDF beschikbaar.

Gedrukte publicatie: €15,00

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Duurzame inzetbaarheid van arbeid

08.10.2013

Het aandeel van zzp’ers in de totale werkgelegenheid van de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche is toegenomen van ruim 5% in 2000 tot 20% in 2013.

De verschuiving naar meer inzet van zzp’ers biedt zowel de bedrijven als de zelfstandigen voordelen. Er zijn ook nadelen aan deze verschuiving verbonden, die zich voor kunnen doen bij de zzp’er zelf, de bedrijven in de branche, de werknemers in loondienst van deze bedrijven en opdrachtgevers. Hierbij spelen onder andere de volgende vragen een rol:

Welke voordelen biedt het zzp’er-schap voor een dakdekker? Krijgen de zzp’ers door de inkomensschommelingen wel voldoende beloning voor hun werk of blijven belangrijke kosten en risico’s buiten beeld? Wat zijn de implicaties van de inzet van zzp’ers voor bedrijven en opdrachtgevers? Welke voordelen biedt de inzet van zzp’ers voor de bedrijven ten opzichte van de inzet van eigen werknemers en welke risico’s lopen bedrijven hierbij?

Deze studie gaat in op bovenstaande vragen en geeft een overzicht van de knelpunten die zich rond de duurzame inzetbaarheid van arbeid bij de inzet van zzp’ers voordoen en de mogelijke oplossingsrichtingen om deze knelpunten te verminderen.

Van het rapport zijn een gedrukte publicatie en een PDF beschikbaar.

Gedrukte publicatie: €15,00

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

SER Energieakkoord

20.09.2013

Het recent gesloten Energieakkoord genereert tot en met 2020 in totaal tussen € 13,0 tot € 17,7 miljard extra investeringen in energiebesparing of hernieuwbare energie. Het zwaartepunt van de investeringen ligt bij de hernieuwbare energie, waarin cumulatief € 9,5 miljard wordt geïnvesteerd in de periode 2013-2020. Belangrijke investeringen zijn er daarnaast in de gebouwde omgeving, waar in totaal tussen € 3,3 en € 7,9 miljard mee gemoeid is in de periode 2013-2020.

Gemiddeld brengt het investeringspakket jaarlijks 18.000 arbeidsjaren aan werk met zich mee. Van deze bruto werkgelegenheidsimpuls blijft netto gemiddeld 10.000 arbeidsjaren per jaar over, als rekening wordt gehouden met de bekostiging van de investeringen. Tegenover extra investeringen in duurzaamheid staan doorgaans namelijk lastenverzwaringen, die elders de investeringen en de werkgelegenheid in onze economie weer drukken. Het netto werkgelegenheidseffect treedt bovendien vooral op middellange termijn op. Op langere termijn mag bij een normale werking van de arbeidsmarkt worden verwacht dat geen betekenisvolle werkgelegenheidseffecten optreden.

De investeringen in hernieuwbare energie hebben per saldo een zeer bescheiden effect op de nationale werkgelegenheid. Het gaat hier om kapitaalintensieve investeringen die voor een belangrijk deel import oproepen. De investeringen in hernieuwbare energie gaan bovendien gepaard met omvangrijke exploitatieverliezen in de toekomst. Deze exploitatieverliezen zijn op te vatten als maatschappelijk efficiencyverlies. Dit is dan de prijs die wordt betaald voor de duurzaamheidswinst. Het beleid moet verder worden bezien in relatie met de internationale afspraken die daarover zijn gemaakt.

Van de notitie is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Verkenning woningbouwprogrammering Regio Amersfoort 2013-2017

09.07.2013

De regio Amersfoort bestaande uit de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Woudenberg, Nijkerk en Barneveld heeft in samenwerking met de provincie en het rijk het EIB gevraagd een verkenning uit te voeren naar de woningvraag, het aanbod en mogelijke beleidsopties op de korte en lange termijn. In dit rapport wordt het onderzoek voor de verkenning op korte termijn besproken.

Dit is een pilot in het kader van de Actieagenda Bouw.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

De Stroomversnelling

03.07.2013

Op verzoek van Platform31 heeft het EIB een doorrekening gemaakt van de effecten van de samenwerkingsovereenkomst ‘De Stroomversnelling’ voor de bouwproductie en werkgelegenheid in de bouw.

Van 2017 tot 2020 heeft de uitvoering van dit plan jaarlijks € 400 miljoen additionele bouwproductie tot gevolg en levert het bijna 2.000 banen op. De cumulatieve additionele productie van dit plan is € 1,8 miljard tot en met 2020. Dit betekent extra werkgelegenheid van 9.000 mensjaren. Er worden in totaal 111.000 woningen verder verduurzaamd dan onder traditionele omstandigheden gebeurd zou zijn.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen notitie ‘De Stroomversnelling, effecten voor productie en werkgelegenheid’.

Van de notitie is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Investeringsfaciliteit en verhuurderheffing

20.06.2013

Op verzoek van het ministerie van BZK heeft het EIB enkele varianten doorgerekend van een investeringsimpuls voor woningcorporaties, gefinancierd uit een verhoging van de verhuurderheffing. De vier onderzochte varianten hebben allemaal een licht positief effect op de bouwproductie en de werkgelegenheid van 1.500-3.500 arbeidsjaren, doordat deels sprake is van het omzetten van inactief vermogen van sommige corporaties naar actief, investerend vermogen voor anderen.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Woonakkoord

02.04.2013

Het woonakkoord dat vijf politieke partijen onlangs hebben opgesteld haalt enkele scherpe kanten van het Regeerakkoord af, maar kan niet voorkomen dat het beleid de woningvraag en de bouwproductie nog steeds stevig afremt in deze kabinetsperiode. De belangrijkste aanpassing is de verruiming van het huurbeleid in combinatie met beperking van de verhuurderheffing. Hierdoor vallen de investeringen niet terug met ruim € 1 mld – zoals het gevolg zou zijn van uitvoering van het Regeerakkoord – maar met ongeveer € 0,3 mld. Een nadeel van het woonakkoord voor de bouwinvesteringen en de doorstroming op de woningmarkt is daarentegen de beperking van de huurstijging. Dit is gunstig voor zittende huurders, maar de bouwproductie zal hierdoor naar verwachting € 0,25 mld lager uitvallen in vergelijking met uitvoering van de oorspronkelijke maatregelen uit het Regeerakkoord.

De maatregel om de btw te verlagen is gunstig voor het onderhoud en renovatiewerk dit jaar en heeft een impuls op de bouwproductie van ongeveer € 0,6 mld. De maatregelen in het woonakkoord die specifiek zijn gericht op de koopsector hebben daarentegen nauwelijks effect op de woningvraag en de bouwproductie. De belangrijkste kans hier ligt bij het snel uitwerken van het plan rond de nationale hypotheekobligatie. Hierdoor zou de hypotheekrente moeten kunnen dalen. Indien een structurele verlaging van de hypotheekrente met ½%-punt kan worden gerealiseerd, dan levert dit op jaarbasis in de komende jaren bijna 20.000 fulltime banen op in de bouwsector.

Van de notitie is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…

Verhuurderheffing en huurmaatregelen in krimpregio’s

08.02.2013

In het Regeerakkoord worden enkele maatregelen aangekondigd die de huurmarkt raken: een verhoging van de verhuurderheffing, een maximale huur op basis van 4,5% WOZ-waarde en het aanpakken van het scheefwonen. Deze maatregelen zorgen per saldo voor een verslechtering van de financiën van woningcorporaties. De huurmaatregelen uit het Regeerakkoord hebben een sterker effect in krimpgebieden dan landelijk gemiddeld, zo blijkt uit een analyse van het EIB. Dit komt omdat in krimpregio’s de WOZ-waarde relatief laag is, waardoor in deze regio’s per saldo de huren bij mutatie gemiddeld verlaagd moeten worden.

Het EIB heeft enkele varianten in de vormgeving doorgerekend op hun effecten, waaronder het differentiëren van de huurprijs en verhuurderheffing naar WOZ-klasse. Hieruit blijkt dat een combinatie van maatregelen nodig is om het effect op de financiën van woningcorporaties in krimpgebieden te elimineren.

Van het rapport is een PDF beschikbaar.

Loading Winkelwagen wordt bijgewerkt…
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn