Archief:


De werkvoorraad in de burgerlijke en utiliteitsbouw is in mei met drie tiende maand gestegen tot 11,5 maanden werk. De werkvoorraden van utiliteitsbouwbedrijven zijn met vier tiende maand gestegen naar 10,7 maanden werk. De orderportefeuilles bij woningbouwbedrijven stegen met twee tiende maand tot 12,2 maanden werk.

De werkvoorraad bij gww-bedrijven steeg in mei met twee tiende maand tot 7,5 maanden werk. Bij wegenbouwbedrijven zijn de orderportefeuilles met twee tiende maand gestegen tot 6 maanden werk. In de grond- en waterbouw bleef de werkvoorraad op hetzelfde niveau als april met 8,9 maanden werk.

De werkvoorraad voor de totale bouw steeg door deze ontwikkelingen met drie tiende maand tot 10,2 maanden werk.

Klik hier voor het volledige persbericht.

Inlichtingen bij Martin Koning
(020) 205 16 00
eib@eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Uitval werknemers ondergrondse infrastructuur kost jaarlijks bijna € 100 miljoen; intensivering van het beleid voor duurzame inzetbaarheid nodig

Ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en verminderde productiviteit van werknemers bij de kabel- en buizenbedrijven en de grondwaterbeheerbedrijven vormen een grote kostenpost voor de sector. Bij de hoofdaannemers bedragen de kosten van uitval ruim € 60 miljoen per jaar. Uitval van werknemers bij onderaannemers, uitzendbureaus en zzp’ers in de sector kost daarnaast jaarlijks ruim € 30 miljoen. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Duurzame inzetbaarheid in de ondergrondse infrastructuur; kosten van uitval en kansen voor beleid’, dat het EIB in opdracht van de Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer van Bouwend Nederland heeft uitgevoerd.

Grondwerkers, monteurs en uitvoerders hebben de hoogste uitval, vooral vanwege de fysieke belasting, hoge tijdsdruk en complexiteit van de projecten. Daarnaast is met name het bouwplaatspersoneel sterk vergrijsd. Het ziekteverzuim loopt sterk op met de leeftijd. Bij werknemers jonger dan 40 jaar is dit 3½%, bij de 40-55 jarigen is het verzuim gemiddeld 5½%. Het ziekteverzuim van 55-plussers is 10½%. Daarnaast is de arbeidsongeschiktheid bij 55-plussers zes maal zo hoog als bij de groep onder 55 jaar. De helft van de kosten van uitval valt in de groep ouderen.

Het onderzoek toont aan dat intensivering van het beleid voor duurzame inzetbaarheid nodig is, om meer werknemers gezond hun pensioen te laten halen en de kosten van uitval terug te dringen. Bij ongewijzigd beleid zal de arbeidscapaciteit in de sector afnemen waarmee ook maatschappelijke opgaven als de energietransitie onder druk komen te staan.

Klik hier voor het volledige persbericht.
Klik hier voor de volledige publicatie.

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

PERSBIJEENKOMST 3 juli, 16:00-17:00 uur in Nieuwspoort.

Achtergrond
Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft de doorrekening van het klimaatakkoord
voor de gebouwde omgeving, de mobiliteit en de verbonden infrastructuur de afgelopen
maanden onder de loep genomen. Daarbij heeft de doorrekening van het Planbureau van
de Leefomgeving (PBL) van het Ontwerp Klimaatakkoord (OKA) centraal gestaan.
Aangezien het Klimaatakkoord dat vorige week bekend is geworden hier bijna volledig bij
aansluit zijn de conclusies ook op dit akkoord van toepassing.

Welke vragen komen in het onderzoek aan bod?
Zijn de klimaatdoelen voor de gebouwde omgeving en de mobiliteit haalbaar en
betaalbaar? Wat betekenen de doelstellingen voor de gebouwde omgeving voor de kosten
voor eigenaren en gebruikers? Wat is de doorwerking naar de belastingbetaler? Welke
kosten heeft het PBL in de beschouwing meegenomen? Zijn belangrijke kosten buiten
beeld gebleven? En welke uitgangspunten zijn gehanteerd voor de berekeningen voor
kosten en opbrengsten?

Gaan innovatie en andere wijzen van aanbesteden zorgen voor een flinke daling bij de
kosten van de bouw- en isolatiewerkzaamheden? Welke opbrengsten zijn er voor
woningeigenaren? Hoe ver kijken die vooruit en in welke mate is sprake van financieel
onrendabele investeringen? En wat zijn de vooruitzichten bij de wijkaanpak en de
ingrepen in de publieke ruimte?

Wat zijn de financiële gevolgen van een explosieve groei van elektrisch rijden? Hoe ziet de
rekening eruit voor de automobilist en wat is de doorwerking naar de overheidsfinanciën?
En wat betekent de overgang naar gasloos voor de gasbaten van de Staat, zowel tot 2030
als daarna?

Hoe kan worden aangekeken tegen (de kosten van) het klimaatbeleid tot 2030 als
tussenstation op weg naar 2050? En, ten slotte, wat zouden de beleidsimplicaties kunnen
zijn van de resultaten vanuit het onderzoek?

De setting
De persbijeenkomst trapt af met een presentatie van de resultaten. Hierbij vertrekken we
vanuit het metaniveau van de energietransitie om vervolgens de feiten stap voor stap te
doorlopen met zoveel mogelijk uitwerking naar concrete energierekeningen van
huishoudens en automobilisten nu en in de toekomst. Vervolgens is er volop ruimte voor
vragen en opmerkingen vanuit de pers.

Het document zelf is direct na de persbijeenkomst ook beschikbaar via de site van het EIB
en voor aanwezigen ook in gedrukte vorm tijdens de bijeenkomst. De persbijeenkomst
vindt plaats op 3 juli van 16.00-17.00 uur in Nieuwspoort. Na afloop kan nog worden
nagepraat tijdens een aangeklede borrel.

Klik hier voor het volledige persbericht.
Klik hier voor de volledige publicatie.

Inlichtingen bij Taco van Hoek
(020) 205 16 00
eib@eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Sterke groei buitenlandse arbeidskrachten in de bouw

Buitenlandse arbeidskrachten spelen een steeds grotere rol op de bouwplaats. In de periode 2015-2017 is het aantal buitenlandse arbeidskrachten met ongeveer 20% gestegen naar een niveau van ruim 40.000. Daarmee is naar schatting ruim een op de vijf arbeidskrachten op de bouwplaats inmiddels een buitenlandse arbeidskracht. In termen van groei was de inbreng van buitenlandse arbeidskrachten op de bouwplaats nog belangrijker: 40% van de groei van de arbeidscapaciteit in de periode 2015-2017 kwam van buitenlandse arbeidskrachten. Indien de groei in dit tempo aanhoudt zullen er ongeveer 53.000 buitenlandse arbeidskrachten actief zijn in 2020. Deze krachtige groei verhoogt de complexiteit op de bouwplaats en vergt extra inspanning van de bouwsector rond communicatie en veiligheid. Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen studie ‘Buitenlandse arbeidskrachten in de bouw’.

Dit is de eerste keer dat het Economisch Instituut voor de Bouw een totaaloverzicht heeft gemaakt van buitenlandse arbeidskrachten in de bouw. Vanuit het CBS is informatie verkregen over werknemers en zzp’ers. Het EIB heeft zelf een inschatting gemaakt van het aantal buitenlandse uitzendkrachten en gedetacheerden. Op basis van deze exercitie heeft het EIB een totaaloverzicht gemaakt van het aantal buitenlandse arbeidskrachten in de bouw.

Klik hier voor het volledige persbericht.
Klik hier voor de volledige publicatie.

Inlichtingen bij Taco van Hoek
(020) 205 16 00
eib@eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Meer inspanningen nodig om ambities uit Nationale Woonagenda te realiseren

Om de ambities uit de Nationale Woonagenda te realiseren moeten de komende jaren aanzienlijke inspanningen worden verricht. In de Nationale Woonagenda is de ambitie uitgesproken om tot 2025 jaarlijks 75.000 woningen te bouwen om zo vraag en aanbod op de woningmarkt beter in balans te brengen. Het feitelijke gerealiseerde aantal woningen in de afgelopen jaren bleef echter achter op deze ambitie. Ook voor de komende jaren is het planaanbod niet toereikend om aan deze ambitie te kunnen voldoen. Met name in groeigebieden, zoals Zuid-Holland en Utrecht, blijft de productie tot nu toe sterk achter bij de ambities zoals die zijn af te leiden uit de Nationale Woonagenda. Ook de komende jaren lijken er onvoldoende woningen gerealiseerd te worden.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen studie ‘Effectief planaanbod en nationale bouwambities’.

Klik hier voor het volledige persbericht.
Klik hier voor de volledige publicatie.

Inlichtingen bij Taco van Hoek
(020) 205 16 00
eib@eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Op 12&13 juni vindt in Rome het 87e internationale EUROCONSTRUCT congres plaats. EUROCONSTRUCT is een samenwerkingsverband van 19 Europese onderzoeksinstituten die analyses maken van de ontwikkelingen in de bouw. Halfjaarlijks presenteert EUROCONSTRUCT, met als Nederlandse deelnemer het EIB, een verkenning van de te verwachten bouwproductie in Europa. In deze verkenning staat een analyse van de economische situatie in de bouw centraal. Daarnaast geven deskundigen uit de bouw, de financiële wereld en de wetenschap of van de overheid hun visie op wisselende onderwerpen die van belang zijn voor de structurele ontwikkeling van de bouwsector. Klik hier voor een pdf van het programma op 12&13 juni.

Voor meer informatie kunt u de speciale congres website raadplegen. U kunt zich via de website aanmelden voor het congres.
De door Euroconstruct gepubliceerde onderzoeksrapporten zijn bij het EIB te bestellen.

Inlichtingen bij Oebele Vries
t 020 205 1611
ovries(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Bouwsector blijft sterk groeien in de komende jaren

De bouw heeft het afgelopen jaar opnieuw een krachtige groei gerealiseerd. De bouwproductie steeg met 6½%. Dit kwam neer op een reële productietoename met € 4 miljard naar een niveau van € 70 miljard. Hiermee is het productieverlies dat tijdens de crisis was ontstaan inmiddels volledig ingelopen. De groei zet de komende jaren bovendien stevig door. Met groeicijfers van rond de 5% zowel dit jaar als het komende jaar zal de bouw opnieuw een sterke groeisector zijn binnen de Nederlandse economie. De werkgelegenheid blijft daarbij ook stevig doorgroeien. Nadat het afgelopen jaar sprake was van een toename van 16.000 arbeidsjaren, zal de werkgelegenheid in 2019 en 2020 cumulatief met nog eens 25.000 arbeidsjaren kunnen toenemen.

Op middellange termijn vlakt de groei wat af, maar deze blijft positief. De bouw kan zo solide groeicijfers blijven realiseren vanaf steeds hogere productieniveaus. Rond 2023 ligt de productie dan ongeveer 20% boven het huidige niveau. Investeringen in duurzaamheid leveren een belangrijke bijdrage aan de aanhoudende groei in de Nederlandse bouw op middellange termijn.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2019’.

Aantrekkende groei in 2018
De productie van de bouwsector is voor het vierde jaar op rij krachtig gestegen. De groei versnelde zelfs nog ten opzichte van het voorafgaande jaar en kwam uit op 6½%. De groei was in 2018 evenwichtig verdeeld over de verschillende sectoren binnen de bouw. De woningbouw steeg in het afgelopen jaar met 6%, de utiliteitsbouw met 7½% en de infrasector is met 5% toegenomen. Een andere rode draad was dat in alle sectoren de investeringen hoge groeicijfers vertoonden. De woningnieuwbouw groeide met 9% en de utiliteitsnieuwbouw zelfs met 11%. In de gww-sector groeiden de investeringen voor nieuwbouw en herstel tezamen met 6%, waarmee de groei ook hier duidelijk uitging boven die van de onderhoudsproductie.

De werkgelegenheid steeg met bijna 4% naar een niveau van 442.000 arbeidsjaren. Zo is de bouw er voor het tweede jaar op rij in geslaagd de arbeidscapaciteit fors uit te breiden. Bij de werknemers nam het arbeidsvolume toe met 10.000 arbeidsjaren, terwijl er bij de zelfstandigen sprake was van een groei met 6.000 arbeidsjaren. Relatief was de groei van de arbeidscapaciteit bij zelfstandigen nog wel iets sterker dan bij werknemers.

Hoge groei kan ook in 2019 en 2020 doorzetten
De woningnieuwbouw kan ook dit jaar weer een stevige groei laten zien, al zal de groei wel afvlakken ten opzichte van het afgelopen jaar. De stabilisatie van het aantal vergunningen in 2018 speelt hierbij een rol. De condities op de woningmarkt blijven echter gunstig, de orderportefeuilles zijn zeer goed gevuld en het productievolume per woning stijgt mede als gevolg van hogere duurzaamheidseisen. De groei van de herstel en verbouwinvesteringen is dit jaar bescheiden, maar kan in 2020 weer aantrekken als de terugval in de transformatie van kantoren naar woningen is verwerkt.

De investeringen in de utiliteitssector groeien krachtig in de komende twee jaar met groeicijfers van 7 tot 8%. De vergunningen zijn sterk toegenomen in 2018 en verschillende deelsectoren zitten hier in de lift.

Bij de gww-sector zou de groei van de investeringen zelfs in de dubbele cijfers terecht kunnen komen. Eerder al gereserveerde publieke budgetten zijn het afgelopen jaar maar ten dele besteed en ook de investeringen van marktpartijen zitten stevig in de lift. In 2020 valt de groei minder hoog uit, maar met een volumegroei bij de investeringen van 5% blijft de gww-sector het ook in dat jaar goed doen.

Investeringen in duurzaamheid dragen steeds meer de groei in de periode 2021-2023
Vanaf 2021 komt de bouw in rustiger vaarwater. Er is dan een periode van zes jaar van hoge groei gerealiseerd en de bouwproductie ligt in het begin van de periode op een niveau van € 77 miljard, 10% boven het huidige niveau en het niveau dat nog vlak voor de crisis werd gerealiseerd. Duurzaamheid is een belangrijke ontwikkeling die ervoor zorgt dat er ook vanaf dit hoge productieniveau nog een solide groei is te realiseren. Duurzaamheid werkt door in de nieuwbouw, waarbij het productievolume per woning of gebouw blijft stijgen. Ook in de bestaande gebouwenvoorraden (woningen, kantoren, overige gebouwen) geeft de toenemende focus op duurzaamheid een steeds grotere impuls aan het bouwvolume. Ten slotte speelt verduurzaming ook een toenemende rol bij nieuwbouw en bij de renovatieproductie in de infrasector.

Met groeicijfers van 2 tot 3% per jaar in de meeste onderdelen van de bouwproductie neemt het productievolume toe tot een niveau van ongeveer € 83 miljard tegen het einde van de periode.

De werkgelegenheid in de bouw neemt in de periode 2021-2023 met 17.000 arbeidsjaren toe. Dit komt neer op een groei van 1¼% per jaar. De groei vlakt hier dan wel duidelijk af in vergelijking met de werkgelegenheidsgroei die op dit moment nog wordt gerealiseerd. Aangezien het arbeidsaanbod vanuit de opleidingen op middellange termijn juist toeneemt, kan de arbeidsmarkt weer goed in balans komen in deze periode. Met de voorziene groei van de werkgelegenheid wordt tegen het eind van de periode een niveau bereikt van bijna 485.000 arbeidsjaren, waarmee de werkgelegenheid dan voor het eerst sinds vele jaren weer uitstijgt boven het niveau van net voor de crisis.

Bestellen rapport
Het rapport kan via de website worden besteld.

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn