De bouwproductie in Europa zal dit jaar na een lange periode van dalingen weer enig groei laten zien (+1,3%). In 2015 en 2016 wordt een verdere groei verwacht van gemiddeld 2,1% per jaar. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van de nieuwe halfjaarlijkse prognose van EUROCONSTRUCT® over de Europese bouwproductie, welke vorig week in Oslo zijn gepubliceerd.

Meest positief zijn de verwachtingen voor de nieuwbouw van woningen, met een gemiddelde groei van 3,2% in de periode 2014-2016. De groei van de nieuwbouw van utiliteitsgebouwen blijft steken op ongeveer 1,5% per jaar. Door de crisis is in veel sectoren overcapaciteit ontstaan, waardoor de vraag naar nieuwe gebouwen, ondanks de herstellende economische groei, matig blijft. Daar komt bij dat de druk op de overheidsfinanciën in veel landen de vraag naar gebouwen voor de publieke sector beperkt. Om dezelfde reden komt de groei van de bouwproductie in de infrasector ook niet hoger uit dan gemiddeld 2% per jaar. De vooruitzichten voor de renovatie- en onderhoudsmarkt van woningen en overige gebouwen zijn met een groei van 1 à 1,5% per jaar eveneens nog matig.

EUROCONSTRUCT® is een samenwerkingsverband van onderzoeksbureaus uit 19 Europese landen. De door EUROCONSTRUCT® gepubliceerde onderzoeksrapporten zijn bij het EIB te bestellen.

Inlichtingen bij Oebele Vries
t (020) 583 19 20
ovries(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Het EIB heeft in de Regio Amersfoort onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de effectiviteit van de starterslening te verbeteren. Met de starterslening kunnen gemeenten met behulp van het Rijk potentiële woningkopers aan een woning helpen door een deel van de benodigde hypotheek op zich te nemen tegen aantrekkelijke rentevoorwaarden.

Het EIB concludeert dat het verruimen en harmoniseren van de regeling tot meer doorstroming op de woningmarkt en meer nieuwbouwproductie kan leiden. Vooral het openstellen van de regeling voor woningkopers van buiten de gemeente is hiervoor van belang. In gemeenten in Nederland waar geen vestigingseisen gelden, blijkt de regeling twee à drie keer zo vaak gebruikt te worden als in de Regio Amersfoort.

Iedere extra starterslening leidt tot twee à drie verhuizingen binnen de gemeente. Dit betekent 730 tot 1.000 extra binnengemeentelijke verhuizingen per jaar. Hier komen nog verhuizingen tussen de gemeenten en met gemeenten buiten de regio bij. De nieuwbouwproductie in de regio kan hierdoor met € 19 tot € 26 miljoen toenemen. Een eenduidige, regionale regeling leidt bovendien tot betere promotiemogelijkheden die het gebruik van de regeling verder kunnen vergroten.

Tevens wordt in de studie geconcludeerd dat de starterslening in de huidige woningmarkt, die wordt gekenmerkt door een groot aanbod van woningbouwlocaties, niet leidt tot prijsopdrijving. Dit komt omdat er eenvoudig nieuw aanbod op de markt kan komen, waardoor de hogere vraag kan worden opgevangen.

Tot slot heeft het EIB aanbevelingen gedaan op welke wijze gemeenten de financiële last van de starterslening kunnen verlagen.

Inlichtingen bij Michiel Mulder
t 06-28643853
mmulder(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Van het rapport “Startersregeling Regio Amersfoort” is een PDF beschikbaar.

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn