Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Het recent gesloten Energieakkoord genereert tot en met 2020 in totaal tussen € 13,0 tot € 17,7 miljard extra investeringen in energiebesparing of hernieuwbare energie. Het zwaartepunt van de investeringen ligt bij de hernieuwbare energie, waarin cumulatief € 9,5 miljard wordt geïnvesteerd in de periode 2013-2020. Belangrijke investeringen zijn er daarnaast in de gebouwde omgeving, waar in totaal tussen € 3,3 en € 7,9 miljard mee gemoeid is in de periode 2013-2020.

Gemiddeld brengt het investeringspakket jaarlijks 18.000 arbeidsjaren aan werk met zich mee. Van deze bruto werkgelegenheidsimpuls blijft netto gemiddeld 10.000 arbeidsjaren per jaar over, als rekening wordt gehouden met de bekostiging van de investeringen. Tegenover extra investeringen in duurzaamheid staan doorgaans namelijk lastenverzwaringen, die elders de investeringen en de werkgelegenheid in onze economie weer drukken. Het netto werkgelegenheidseffect treedt bovendien vooral op middellange termijn op. Op langere termijn mag bij een normale werking van de arbeidsmarkt worden verwacht dat geen betekenisvolle werkgelegenheidseffecten optreden.

De investeringen in hernieuwbare energie hebben per saldo een zeer bescheiden effect op de nationale werkgelegenheid. Het gaat hier om kapitaalintensieve investeringen die voor een belangrijk deel import oproepen. De investeringen in hernieuwbare energie gaan bovendien gepaard met omvangrijke exploitatieverliezen in de toekomst. Deze exploitatieverliezen zijn op te vatten als maatschappelijk efficiencyverlies. Dit is dan de prijs die wordt betaald voor de duurzaamheidswinst. Het beleid moet verder worden bezien in relatie met de internationale afspraken die daarover zijn gemaakt.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen notitie ‘SER Energieakkoord – Macro-economische doorwerking’.

De notitie kunt u hier downloaden.

De analyse van het akkoord is in samenwerking gedaan met ECN en PBL. ECN en PBL hebben het akkoord primair geanalyseerd op de duurzaamheidsresulaten.

Inlichten bij Matthieu Zuidema
t (020) 583 19 31
mzuidema(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn
Deel op Twitter
Deel op LinkedIn

Verruiming van de bestaande startersleningen is een zeer effectieve en doelmatige aanpak om de woningbouw op korte termijn een impuls te geven. Met een eenmalig bedrag van € 100 miljoen richting het startersfonds kunnen op korte termijn 5.000 fulltime banen in de bouw worden behouden voor een periode van twee jaar. De doelmatigheid van deze regeling is uitzonderlijk: de regeling zorgt er voor dat de overheidsfinanciën niet verslechteren, maar via extra belastinginkomsten per saldo zelfs verbeteren.

De starterslening bestaat uit een additionele lening, waarover de eerste drie jaar geen rente hoeft te worden betaald. Met een additioneel budget van eenmalig € 100 miljoen vanuit de Rijksoverheid die door de gemeenten wordt ‘gematched’ kan voor € 660 miljoen aan extra hypotheken worden verstrekt. Recent onderzoek van het EIB naar deze startersleningen in de regio’s Amersfoort en Arnhem-Nijmegen heeft ook inzicht geboden in de groepen die van de regeling gebruik maken. Het gaat meestal om starters in de leeftijdscategorie 23-30 jaar, waarbij sprake is van een gemiddeld bruto jaarinkomen van € 38.000. Van de starters die aan de regeling deelnemen blijkt 60% afkomstig te zijn uit de sociale huursector.

De regeling is zo vormgegeven dat alleen starters die de kredietruimte vanuit de NHG en eventueel eigen vermogen hebben uitgeput voor een aanvullende lening in aanmerking komen. Dit garandeert dat een ieder die van deze regeling gebruik maakt ook daadwerkelijk een hogere woningvraag uitoefent en daarmee de woningbouwproductie stimuleert. Aangezien een deel van gebruikers van de regeling hierdoor sneller toetreedt tot de koopmarkt, zijn de effecten omvangrijk. De maatregel is daarnaast ook gunstig voor doorstromers die hierdoor betere kansen hebben hun woning te verkopen. De versnelde toetreding van starters zet een keten in gang van verhuisbewegingen, waardoor naar schatting 20.000 extra transacties op de koopmarkt kunnen plaatsvinden binnen twee jaar. Aangezien een belangrijk deel van deze starters uit de sociale huursector afkomstig is wordt ook een keten van verhuisbewegingen mogelijk binnen de sociale huursector, zodat ook hier de dynamiek toeneemt.

Belangrijkste voorwaarde voor succes is een ruimhartige toepassing van de regels door de gemeenten. Tot op heden hanteren individuele gemeenten zeer uiteenlopende voorwaarden die er toe leiden dat de doelgroep die bereikt kan worden veel kleiner is dan mogelijk is op basis van de voorwaarden die het Rijk stelt. Ook bezien vanuit het perspectief van de gemeenten is sprake van een zeer doelmatige regeling die niet alleen bijdraagt aan meer bouwproductie, maar ook gunstig doorwerkt naar lopende grondexploitaties.

Dit concludeert het EIB in de zojuist verschenen notitie ‘Effecten van een aantal maatregelen gericht op stimulering van de woningbouw’.

De notitie kunt u hier downloaden.

Inlichtingen bij Taco van Hoek
t (020) 583 19 12
tvhoek(Replace this parenthesis with the @ sign)eib.nl

Deel op Twitter
Deel op LinkedIn