Stimuleringsmaatregelen beperkten de gevolgen van de crisis voor de bouw
De in 2009 door het kabinet getroffen crisismaatregelen voor de woningbouw hebben de gevolgen van de crisis voor de bouw beperkt. Van het budget van ruim € 700 miljoen is daadwerkelijk € 360 miljoen besteed. De maatregelen hebben netto € 1,1 miljard aan extra bouwproductie in de jaren 2009 t/m 2011 opgeleverd, waarbij de bouwproductie op het dieptepunt in 2010 ruim € 850 miljoen hoger uitviel. Hierdoor bleven in dat jaar 8.500 arbeidsjaren binnen en buiten de bouw behouden. De effecten van de tijdelijke btw-verlaging op onderhoud zijn niet in dit onderzoek meegenomen.
Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in de vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden studie ‘Evaluatie stimuleringspakket woningbouw’, die in opdracht van het ministerie van BZK (WWI) is uitgevoerd.
Het kabinet heeft in 2009 stimuleringsmaatregelen genomen om de negatieve gevolgen van de crisis te beperken. Op het gebied van de woningmarkt hadden de maatregelen tot doel om het woningaanbod en de daarmee verbonden woningbouwproductie en werkgelegenheid tijdens de jaren 2009 t/m 2011 niet teveel te laten terugvallen. Daarnaast waren er maatregelen die gericht waren op het realiseren van energie-besparing. Van het totale budget van ruim € 700 miljoen aan subsidies en fiscale voordelen is € 360 miljoen daadwerkelijk verstrekt, vooral omdat de regelingen EIA en EBK veel minder werden gebruikt dan verwacht. Het vrijgevallen budget voor de EIA is later ingezet voor de tijdelijke btw-verlaging op onderhoud van woningen. De effecten van deze tijdelijke btw-verlaging zijn niet in het effectenonderzoek meegenomen.
De volgende stimuleringsmaatregelen zijn onderzocht.
Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouwprojecten
De Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouwprojecten (TSW) richt zich op het ondersteunen van nieuwbouwprojecten in de koopsector. Het budget van
€ 350 miljoen is in drie tranches verdeeld, waarvan € 50 miljoen later is teruggestort. De animo voor de regeling was groot. Uiteindelijk is in de drie tranches voor
2.133 unieke projecten met in totaal 73.095 woningen subsidie aangevraagd. In totaal vallen 53.000 woningen onder de subsidieregeling (gemiddeld € 6.900 per woning). Voor 15.000 woningen is geen subsidie toegewezen en voor 5.000 woningen is de subsidie ingetrokken.
De projecten waarvoor subsidie is verleend zijn minder vaak stilgevallen en ook eerder gestart. Door de subsidieregeling versnelden gemeenten de procedures en waren corporaties vaker bereid woningen over te nemen. Door de versnelling van de projecten zijn in de periode 2009-2011 ongeveer 16.000 woningen versneld opgeleverd. Deze versnelde oplevering vertaalde zich niet direct in extra productie. De achtergrond hiervan is dat een versnelling van een project kan leiden tot minder vraag naar andere projecten die geen subsidie ontvangen. Na correctie voor deze verdringing resulteert een positief netto effect op de bouwproductie in de periode 2009-2011 van
€ 800 miljoen.
Maatregelen gericht op energiebesparende investeringen
De subsidieregeling voor isolatieglas sloot aan bij de behoefte: pas vlak voor het einde van de regeling was het beschikbare budget van € 45 miljoen uitgeput. Hiervan is
€ 39 miljoen gedeclareerd. Naar verwachting is 1,1 miljoen m2 aan isolatieglas onder deze regeling geplaatst. Op basis van een enquête onder huiseigenaren is geschat dat door de regeling in de periode 2009-2011 bijna 400.000 m2 aan extra glas is geplaatst, die anders pas later zou zijn geplaatst. Dit leverde in deze jaren in totaal € 36 miljoen aan extra bouwproductie op. Hiernaast is ook 55.000 m2 aan isolatieglas geplaatst, waar anders minder isolerend glas was toegepast.
Voor de andere twee regelingen, EIA en EBK, viel de animo sterk tegen. Naar schatting is voor 16.000 huurwoningen van de EIA gebruik gemaakt voor een totaal investerings-bedrag van € 200 miljoen. Met een fiscaal voordeel van € 22 miljoen is het budget van
€ 277,5 miljoen nauwelijks benut. Hiernaast geven de corporaties aan dat 75% van de investeringen onder deze regeling anders ook zouden zijn uitgevoerd. Uiteindelijk leverde de regeling een versnelling op, die de bouwproductie in de periode 2009-2011 met € 80 miljoen verhoogde.
Met het voor de EBK beschikbare budget kon voor € 315 miljoen aan leningen worden verstrekt. Naar verwachting is voor € 10 miljoen aan leningen onder deze garantie verstrekt en heeft de regeling nauwelijks effect gehad op de bouwproductie.
Aanpassing van grenzen van WSW en NHG
Bij de aanpassing van de WSW-grens gaat het om een correctie van de borgingsgrens voor de gestegen stichtingskosten van een sociale huurwoning in de afgelopen jaren, waardoor de mogelijkheden voor corporaties om in duurdere woningen te investeren werd verruimd. Voor de WSW is echter onvoldoende informatie beschikbaar om de effecten van deze regeling te evalueren.
Bij de NHG is tijdelijk de maximale kostengrens verhoogd van € 265.000 naar
€ 350.000. Aan het eind van 2011 zijn voor 34.500 leningen NHG-garanties verstrekt die gebruik maken van de verruimde grens, waarvan een kwart voor nieuwbouw-woningen. Uit een enquête onder gebruikers in dit segment geeft 15% aan dat de NHG de doorslag heeft gegeven om een woning te kopen in de beschouwde periode en daarnaast had bijna 30% anders een goedkopere woning gekocht. Door de NHG-borging kunnen mensen goedkoper lenen vanwege de lagere rente (enkele tientallen basispunten). De NHG levert in totaal € 150 miljoen aan extra bouwproductie in de jaren 2009-2011 op en heeft ook in 2012 een positief effect op de bouwproductie.
Lessen voor de toekomst
Bij verschillende maatregelen treden belangrijke verdringings- of ‘free rider’-effecten op. Een eerste les is om veel aandacht te besteden aan de vormgeving van beleid om deze effecten te beperken. Een interessante mogelijkheid om verdringing te beperken bij de TSW-regeling ligt bij het ontwikkelen van tijdelijke overheidsvraag, bijvoorbeeld via garanties richting marktpartijen. Zaanstad en Utrecht hebben dit instrument met succes ingezet: de ervaringen laten zien dat de projecten tegen lage kosten konden worden versneld. Hiermee lijkt dit instrument de moeite waard om vaker in te zetten. De resultaten van de in dit kader vaak toegepaste prijskorting voor kopers of garanties voor kopers richting de afzet van de bestaande woning scoren minder gunstig in termen van effectiviteit en doelmatigheid.
Een andere belangrijke les is het flexibel kunnen omgaan met beroep op regelingen. Vooraf is niet met zekerheid vast te stellen hoeveel animo er is voor regelingen. Men kan het betreuren dat regelingen niet voldoende worden benut, maar als deze middelen flexibel kunnen worden doorgeschoven naar regelingen die wel effectief zijn, dan behoeft dit slagvaardig beleid niet in de weg te staan. Bij de crisismaatregelen rond de woningmarkt is deze beleidslijn met succes toegepast.
U kunt het rapport ‘Evaluatie stimuleringspakket woningbouw’ downloaden op deze website onder publicaties/PDF-rapporten.
Realisatie: Cosly.com